Gesneuveld

Terug naar overzicht

22-04-2020
Trefwoorden:

Schrijven is schrappen. Helaas gaat deze scene het boek niet, of in ieder geval niet in deze vorm, halen. Ik hoop dat je er toch leesplezier aan gaat beleven.



Trip down memory lane

Dit is mijn huis niet meer. Ik haat dat verkoopbord in de tuin en loop tussen de twee coniferen door naar de voordeur. Coniferen, meer bruin dan groen, die vast binnenkort door de nieuwe bewoners rucksichtslos uit de grond gehaald zullen worden.  

            Ik loop naar binnen. In de gang hangt de eiken kapspiegel nog aan de muur. In het vakje liggen een lippenstift en de puntkam van mijn moeder. Ik stift gauw mijn lippen, bordeauxrood. Zie dat er nog een paar grijze haren in de kam zitten en slik de brok in mijn keel weg. Ik stop de lippenstift en kam in mijn tas.
            Ik loop de woonkamer in. Mijn voetstappen klinken hol. Er staan nog wat eiken meubels, die niemand wil hebben. Zelfs de mannen van de rommelmarkt van de kerk zijn niet geïnteresseerd.
            De deur naar de keuken staat open. In gedachte stap ik over mijn moeder heen. Vier maanden geleden is het alweer dat ik mijn moeder hier op de grond aantrof. Ik trek een la open. Geen lepels en vorken meer. Die heeft mijn zusje meegenomen. Zij is net gescheiden en kan wel wat spullen gebruiken. Het bovenkastje is leeg, maar de geur, een mengeling van kerrie, paprika, peper en nootmuskaat, verraadt wat er in heeft gestaan.
            Ik hoor stemmen in de tuin. Mijn broers en neven komen de laatste spullen halen voor het grofvuil. We hebben nog een week om het huis klaar voor oplevering te maken, dan is het echt over en uit. Het huis lijkt nog hetzelfde. Maar toch is alles anders. Met mijn moeder is ook de ziel uit het huis vertrokken. Nee, dit is mijn huis niet meer.

Een week later is de overdracht van het huis aan de nieuwe bewoners een feit. Ik gun het huis leuke nieuwe bewoners en volgens mij is dat gelukt.
Op mijn eigen manier geef ik vorm aan dit moment. Met de muziek van een eighties Spotify-afspeellijst op mijn oren loop ik door Oudewater. Langs alle plekjes waar ik vaak met mijn moeder liep. Nu ze is overleden, maak ik haar op deze manier weer even moeder en is ze in haar afwezigheid aanweziger dan ooit. Ik voel me bedroefd en goed.
            Elke dag overlijden zoveel moeders. Elke dag hebben zoveel mensen daar verdriet om. Ik heb verdriet vanwege de onomkeerbaarheid ervan. Maar ik ben ook blij dat ze tot het laatst mijn moeder is gebleven. Dat ze opeens pats-boem weg was en niet hulpbehoevend is geworden, zoals veel moeders van mijn vriendinnen. Ik heb toch maar mooi drieënvijftig jaar met haar mogen doorbrengen.
            En nu wandel ik hier dus en doe ik net of ik terug in de tijd ben en een walkman opheb, zo’n gele van Sony. Daarop nu ‘Such a shame’ van TalkTalk. Lekkere donkere, meeslepende, zweverige muziek. John vindt het maar gek dat ik kan genieten van zulke deprimerende muziek. Hij heeft er nooit wat aan gevonden, aan die New Wave. Maar mij herinnert het aan vroeger. Op een of andere manier heb ik een gigantisch verlangen naar vroeger. Zal óók wel met haar overlijden te maken hebben. Of misschien is het gewoon de leeftijd.
            Ik loop langs de plek waar mijn lagere school stond. Nu staan er eengezinswoningen. Ik denk aan de woensdagse ruilbeurs met alle klassen. Postzegels, suikerzakjes, sigarenbandjes. We hadden schriften vol van die bandjes, met afbeeldingen erop. Van Karel I en Elisabeth Bas, de vrouw met de mooie kraag. Veel mooier dan postzegels, die bandjes. Op vrijdagmiddag had ik blokfluitles van meester Snoeks. En elke maandagochtend zagen we tijdens het speelkwartier een veewagen vol varkens stoppen bij de achteringang van slagerij Ultee. Die varkens werden naar de slacht gebracht. Ze schreeuwden het uit. Hartverscheurend. Maar het maakte van ons vreemd genoeg geen vegetariër.
            Die varkens zullen vast niet elke maandagochtend gebracht zijn, en we hebben zeker niet zes jaar lang elke woensdag postzegels geruild. En blokfluitles, heb ik hooguit een jaar gehad. Apart toch hoe herinneringen samenvloeien tot één herinnering. Net zoals bijna iedereen van mijn leeftijd denkt dat we vroeger elke winter konden schaatsen.
            Ik loop verder richting de markt met Spandau Ballet’s ‘Only when you leave’ op mijn oren. Hier eindigde ik steevast met mijn moeder. Op het terras van Lumiere. Afhankelijk van het tijdstip dronken we er koffie, lunchten we of gingen we aan de wijn. Ik bestel een koel glas Pinot Grigio. En hoop dat de wijn zo koud is dat er druppeltjes condens op het glas zitten, dat zou een perfecte afsluiting van deze trip down memory lane zijn.