De patatdagen

Terug naar overzicht

02-11-2026
Trefwoorden:

De patatdagen. De vergeten verhalen van een generatie huisvrouwen

 

Mijn moeder kookte spruiten waar ze zelf van gruwde, naaide tot diep in de nacht onze kleren en stond te strijken terwijl wij op de bank televisie keken. We hadden een fijn, warm en gezellig gezin. Als kind denk je niet na over hoeveel werk mijn moeder daarvoor moest verzetten. Het leek allemaal vanzelf te gaan.

Jaren geleden las ik De omwenteling van Suzanna Jansen. Ik herkende mijn moeder in de verhalen over huisvrouwen uit de jaren zestig en zeventig. Ik wilde er toen al een column over schrijven, maar het kwam er niet van. Tot ik onlangs Suzanna's opvolger Project Rust las. Dat gaf me het laatste zetje om het verhaal van mijn moeder alsnog op te schrijven. In haar recente boek verzamelt Jansen verhalen over moeders die zo uitgeput raakten dat ze tijdelijk naar een rusthuis gingen om bij te komen. Mijn moeder hoefde nooit naar zo'n rusthuis. Toch zie ik hoe het zover kon komen. Wat werd er veel van die vrouwen verwacht!

Verwachtingen

Neem alleen al het avondeten. Mijn moeder hield helemaal niet van koken, maar zette iedere dag verschillende pannetjes op het fornuis. Mijn vader lustte geen vlees – niet uit overtuiging, want vreemd genoeg was hij wel dol op gehaktballen – en vis kwam er bij hem al helemaal niet in. Hij was dol op doorgekookte spruiten en knolletjes. Mijn moeder gruwde ervan, maar kookte ze speciaal voor hem. Voor zichzelf en ons maakte ze iets anders. Iedereen kreeg wat hij of zij lekker vond. Iedere dag weer. Alsof één maaltijd koken nog niet genoeg werk was.

Onze kleren naaide ze ook zelf. Vaak zat ze tot diep in de nacht achter de naaimachine. Vooral toen mijn oudste zus ging puberen, viel het niet mee haar tevreden te stellen. Had mijn moeder uren aan een prachtige broek gewerkt, vond mijn zus hem niet mooi. Ik vond dat zo zielig. Mijn moeder had er zoveel tijd en moeite in gestoken! Mijn zus wilde natuurlijk gewoon iets dragen wat ze zelf leuk vond. Dat begreep ik ook wel, maar toch.

Migraine

Koken, wassen, schoonmaken, naaien, zorgen. Iedere dag opnieuw. Zo zag het leven van veel huisvrouwen eruit. Ze hielden het gezin draaiende, pasten zich aan en gingen door. In De omwenteling beschrijft Jansen hoe huisvrouwen in die jaren uitgeput raakten. Sommigen zaten geïsoleerd thuis, anderen bezochten de huisarts met allerlei lichamelijke klachten. Migraine kwam veel voor.
Mijn moeder had ook migraine. Een paar keer per jaar, voor zover wij wisten. Dan lag ze met bonkende hoofdpijn in een donkere slaapkamer. Wij vonden het vreselijk voor haar. Koken zat er die dag niet in. Mijn vader stuurde een van ons dan naar de snackbar om patat te halen. Probleem opgelost. Voor ons was dat een onverwacht feestje, want doordeweeks patat eten gebeurde niet vaak. Een pan op het vuur heeft mijn vader zijn hele leven niet gezet. Was ook niet nodig, want de volgende dag stond mijn moeder meestal alweer in de keuken. Met haar pannetjes.

Zingen

Een andere herinnering krijgt nu ook betekenis. Mijn moeder vertelde ons later eens dat de huisarts haar op het hart had gedrukt haar vaste zangavond op maandag nooit op te geven. Zingen! Dat deed ze graag en goed. Ze had een prachtige stem. Als ze niet zo verlegen was geweest, had ze er veel meer mee kunnen doen. Bijna zestig jaar zong ze in hetzelfde koor. Iedere maandagavond ging ze erheen. Natuurlijk kookte ze daarvoor gewoon het avondeten. Daarna trok ze haar jas aan en ging ze iets doen waar ze enorm van genoot.
Die huisarts had ongetwijfeld meer huisvrouwen in zijn praktijk die dag in, dag uit voor hun gezin klaarstonden. Vrouwen die met hoofdpijn, vermoeidheid of andere klachten bij hem aanklopten. Hij wist waarschijnlijk maar al te goed hoe belangrijk het was dat ze ook iets voor zichzelf hadden.

Maatschappelijke geschiedenis

In Project Rust schrijft Suzanna Jansen dat de ervaringen van deze vrouwen nauwelijks zijn gehoord en vastgelegd. Het gaat niet om een paar individuele verhalen, maar om maatschappelijke geschiedenis die ertoe doet. Nu kunnen we die verhalen nog verzamelen, zolang er mensen zijn die ze kunnen vertellen.

Mijn moeder was sterk. Een doorzetter. Ze hield van ons en gaf ons een fijne jeugd. Zo ver als de vrouwen die naar een rusthuis moesten, kwam het bij haar niet. Maar ik zie nu hoeveel er van haar werd verwacht. Hoe vanzelfsprekend iedereen het vond dat ze haar leven aan haar gezin wijdde.
Ik heb mijn moeder ooit gevraagd wat ze graag had willen worden. Kleuterleidster, vertelde ze. Toen ze in 2017 overleed, schreven we dat ook in haar bidprentje. Ze was vast een geweldige kleuterleidster geweest. Met haar geduld, haar zachtheid, haar creativiteit en haar prachtige zangstem. Maar niemand vroeg haar destijds wat ze eigenlijk wilde worden. Haar toekomst lag al vast. Daar hoefde ze niet over na te denken. Dat deden anderen wel voor haar.

Verhalen die niet verloren mogen gaan

Suzanna Jansen verzamelt met Project Rust verhalen over een tijd waarin veel vrouwen nauwelijks ruimte hadden om hun eigen leven vorm te geven. Niet alleen de grote gebeurtenissen verdienen een plek in onze geschiedenis, maar juist ook het dagelijkse leven van al die vrouwen. Daarom schrijf ik dit. Over mijn moeder, haar pannetjes, haar naaimachine en onze patatdagen.

Want achter al die gewone herinneringen schuilt het verhaal van een hele generatie vrouwen. Verhalen die niet verloren mogen gaan.